Gedacht-en-Goed (bijgedragen columns uit het blad "Vrijmetselarij")
Bijgedragen columns aan het tijdschrift "Vrijmetselarij" in de rubiek "Gedacht-en-Goed" op de vragen:
- hoe gaan wij als Vrijmetselaren om met Corona en de beperkingen die daarmee samenhangen?
- wat betekent het in een tijd van oorlog nabij onze grenzen maçon en vrij man te zijn?
- hoe blijft u in een rechte verhouding tot uw medemens?
- hoe helpt de Vrijmetselarij u bij uw bijdrage aan oplossingen van de hedendaagse wereldproblemen
Hoe gaan wij als Vrijmetselaren om met Corona en de beperkingen die daarmee samenhangen?
Los van onze individuele kijk op de situatie kan niet anders worden geconcludeerd dat de omstandigheden rondom COVID-19 een impact hebben op de wijze waarop wij, heden ten dage, ons levens leiden, dit gewend zijn of wensen te doen. Niet alleen de maatregelen ten voorkoming of indamming van de besmettingen veroorzaken deze impact, maar zeker ook de wijze waarop het publieke debat hierover wordt gevoerd met hierbinnen een steeds verder toenemende polariserende samenleving en waardoor de intermenselijke verhoudingen, helaas ook binnen onze broederschap, steeds verder op scherp worden gezet.
Kijkende naar de kernwaarden van onze Orde kan dit als zeer bevreemdend worden gevonden. Immers, zoeken wij als Vrijmetselaren niet naar dat wat verbindt in plaats van naar wat ons scheidt, gaan wij hierbij niet uit van ieders recht zelfstandig te zoeken naar (de eigen) waarheid waarbij wij blijven streven naar vrijheid en het kweken van verdraagzaamheid? Dienen wij ons hiermee dan niet in de rechte verhouding tot elkaar te plaatsen en juist die polarisatie uit de weg te gaan?
Natuurlijk is de discussie rondom de COVID-19 binnen onze loges niet vreemd en wordt deze meermaals gevoerd. Een geopperd voorstel om COVID-19 gelijk te stellen aan de regels omtrent het compareren over politiek en religie is begrijpelijk om te voorkomen dat dit leidt tot twist, echter neemt dit ook de kans weg om juist van deze situatie en de hierbij opgeworpen struikelblokken te kunnen leren. Als mens, maar dus zeker ook als Vrijmetselaar. Maar dit moet dan wel gebeuren op een respectvolle manier waarin geluisterd wordt naar elkaar en begrip wordt getoond voor elkaars, gemoveerde, redenen of argumenten om zich bijvoorbeeld wel of niet te laten vaccineren. Zonder dat er broeders worden uitgesloten, precies zoals wij dat normaliter ook gewend zijn om ons tot elkaar te verhouden. Wekelijks worden wij door onze Achtbare Meester heengezonden met de opdracht ons in het Westen te doen kennen als Vrijmetselaren. Juist nu is deze boodschap belangrijker en groter dan ooit, laten wij hierin dus ook op maatschappelijk niveau ons voorbeeld in geven.
Epictetus leert ons dat er “slechts één weg naar geluk is en dat is op te houden je zorgen te maken over dingen waar je geen invloed op hebt”. Over de maatregelen hebben wij geen controle en invloed, maar over de wijze hoe wij hiermee om dienen te gaan wèl. Zowel in onze profane levens als binnen de muren van onze loges. Laten wij als vrijmetselaren dus gaan voor die verbinding. Los van of iemand wel of niet is gevaccineerd, los van of iemand wel of niet gelooft in de COVID-19 of de te nemen maatregelen. Ga met elkaar in gesprek, op basis van een wederzijds respect en begrip. En omarm elkaar (figuurlijk).
Wat betekent het in een tijd van oorlog nabij onze grenzen maçon en vrij man te zijn?
Eerlijkheidshalve gebied het te zeggen dat de geformuleerde vraag zijn oorsprong vindt in de initiële/oorspronkelijke vraag, namelijk “Hoe legt u artikel 1 van de Ordegrondwet uit als het om Oekraïne gaat?”. Een vraag welke bij mij stuitte op enige weerstand daar hiermee, wederom, voorbij wordt gegaan aan enkele afspraken die wij binnen onze werkwijze hebben gemaakt te weten ons te onthouden van gesprekken (of anders slechts met grote terughoudendheid) van religieuze of politieke aard daar deze dikwijls leiden tot twistgesprekken. Hebben we dan niets geleerd van de, veelal verhitte, discussies (ook in dit blad), naar aanleiding van bijvoorbeeld de column in oktober 2019 van Broeder Wissema waarin wordt gesuggereerd dat er voor broeders welke stemmen of zelfs lid zijn van een rechts-georiënteerde politieke partij eigenlijk geen plaats meer is binnen onze broederschap? Van de discussie rond de beperkingen, het testen en vaccineren tegen COVID-19 welke geleid hebben tot een grote polarisatie binnen de loges? En ook nu, door op deze wijze ook het maatschappelijke debat over de situatie in de Oekraïne binnen de loges te halen worden deze afspraken wederom met voeten getreden.
Na bijval van enkele andere correspondenten als ook na enige verduidelijking vanuit de zijde van de redactie is de vraag bijgesteld naar een vraagstelling welke meer open is en meer ruimte geeft om een meer objectiever oordeel te geven zonder hierbij direct een waardeoordeel te hoeven geven of te moeten verdedigen. Achteraf gezien een goed voorbeeld over hoe wij ook met deze situatie moeten benaderen. Vanzelfsprekend is iedereen tegen een oorlog, door wie of om welke reden dan ook begonnen. En het is dan ook onnodig je hier openlijk voor uit te moeten spreken al dan niet ter verdediging van een eigen standpunt of mogelijke uitspraken welke niet passen binnen het algemene maatschappelijk standpunt. Zolang hierover maar een open dialoog plaatsvind.
Is het ook niet onze Ordegrondwet die in het eerste artikel stelt dat wij de hoge waarde van de menselijke persoonlijkheid erkennen, de gelijkwaardigheid van alle mensen en het ieders recht om zelfstandig te zoeken naar waarheid en ieders verantwoordelijkheid voor zijn doen en laten? Dit terwijl wij zoeken naar wat mensen verbindt en trachten weg te nemen wat ons verdeelt omdat het ideaal van een alen verbindende broederschap gestalte kan krijgen.
Dit kan echter alleen maar als je bereidt bent alle kanten van de (symbolische) kubiek te bekijken en te toetsen. Vraag is of we hiertoe wel in staat worden gesteld in het oerwoud van de Pro-Oekraïense berichtgeving door de Westerse media enerzijds (de inperking van bijvoorbeeld Russische nieuwsbronnen door de EU incluis) en de berichten op de sociale media anderzijds waarin al dan niet sprake is van (on)gefundeerde beweringen. Los nog van opkomende, persoonlijke, sentimenten die onze blik laten doen vertroebelen.
Het lijkt wel alsof we ons in een periode bevinden waarin ons maçonnieke gedachtengoed continue op de proef wordt gesteld; de een na de andere beproeving en hiermee ook de nodige struikelblokken op ons pad komt, wij continue worden gevraagd onze arbeid te toetsen en ons moeten afvragen of de Meester over onze arbeid voldaan zal zijn.
Hoe blijft u in een rechte verhouding tot uw medemens?
Helaas ontkom ik er niet aan om te beginnen met het aloude cliché van “alle dingen dan die gij wilt dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de Wet en de Profeten”. Deze frase, komende uit de Bergrede zoals beschreven in ons eerste Grote Licht in Mattheus 7:12, wordt sinds 1615 gezien als ‘dé Gulden (Leef)regel’, maar komt ook al voor in de andere (wereldse) godsdiensten, filosofieën en stromingen als de Islam, Jodendom, Boeddhisme, Hindoeïsme en het Confucianisme maar ook al bij de Oude Grieken in de leer van onder andere Plato. Daarnaast vinden we soortgelijk terug bij diverse seculiere denkers en vormt het als voortvloeisel uit de Verlichting een basis voor de Franse Grondwet van 1793. En ook de Vrijmetselarij kent een duidelijke invloed van die Gulden Regel; kan de Vrijmetselarij immers niet worden gezien als een leerschool puur sang op het gebied van de deugdethiek welke ons door de kracht van onze ritualen en symbolen met hierbinnen het gebruik van de gereedschappen leert hieraan vorm te geven?
Op zich zou dit al een voldoende antwoord moeten geven op de gestelde vraag, echter blijkt uit de praktijk dat een toepassing van deze Gulden Regel niet altijd in de praktijk werkzaam is. De Ierse vrijdenker George Bernard Shaw (1856-1930) had hier een verklaring voor, namelijk dat wij helemaal niet weten wat die ander wil. Toepassing van de Gulden Regel heeft meer betrekking op ons eigen moraal en hoe wij deze zien i.t.t. die van een ander. Wij vullen maar veel te vaak voor een ander in wat zij denken en vinden en daarbij ook hoe wij zouden vinden dat zij moeten handelen. Shaw stelt hierop: ‘doe anderen niet wat je wilt dat zij voor jou zouden doen. Ze zouden weleens een andere smaak kunnen hebben.”
De maatschappij is verhard en helaas blijft de toon nog steeds verharden. Ons leven wordt steeds verder gefragmenteerd en waarbinnen wij voornamelijk bezig zijn met onze individuele mening met een steeds verdere teloorgang van sociale samenhang en/of vorming van een gemeenschappelijk moraal. Iets wat helaas ook steeds meer en dieper onze broederschap intreed. Hiermee verhard ook ons kijken en oordelen over een ander i.t.t. de kijk en oordeel op onszelf. We kijken te veel vanuit ons eigen perspectief al dan niet gevoed door ons ego waar vanuit we laten bepalen wat goed is en wat fout. Kunst is om van dat ego af te stappen, er overheen te stappen, en je als gelijkwaardig iemand naast de ander te stellen. Jezelf open te stellen voor de ander en eens proberen echt te luisteren naar wat de ander beweegt en/of nodig heeft. Toets dit en stel indien nodig het oordeel of verwachting bij. En zorg dat zaken in een vroeg stadium worden uitgesproken ter voorkoming dat dingen een eigen leven gaan leiden wat uiteindelijk meer schade veroorzaakt en het in weer in een rechte verhouding tot elkander steeds moeilijker maakt.
Laten we de gereedschappen welke wij binnen onze werkwijzen toegereikt krijgen hierbij oppakken en opeen juiste wijze (leren te) hanteren. De kaders waarbinnen we dit dienen te doen liggen er al, vormgegeven in onze ritualen als ook in onze Ordegrondwet. Echter op ons komt het aan.
Hoe helpt de Vrijmetselarij u bij uw bijdrage aan oplossingen van de hedendaagse wereldproblemen
Ordo ab Chao.
Het is het orde scheppen in de chaos, hoewel we ons daarbij moeten beseffen dat de chaos waarin onze wereld zich momenteel verkeert steeds groter en complexer wordt waardoor het ook steeds moeilijker en complexer is om te kunnen voldoen aan dit ons bekende devies het in deze chaos onze orde te scheppen. Maar onmogelijk is het niet, integendeel. Einstein vertelde ooit dat “je problemen in je leven niet kunt oplossen met dezelfde soort gedachten als die waarmee je de problemen in het leven hebt geroepen.” Er zal dus een andere manier van denken moeten worden aangewend.
Waar wij, als individu, nog altijd en vooral uitgaan van een voornamelijk dualistisch wereldbeeld, daarbij dualistisch denken en waarbij we ons voornamelijk laten leiden door het ego, zullen we dit moeten aanpassen of veranderen richting een meer non-dualistisch denken en het non-dualisme aanhangen. Het ego zullen we plaats moeten laten maken voor de eenheid of het collectief en zo meer moeten gaan naar een eenheidsbewustzijn. Een houding of bewustzijn waarbinnen sprake is en mag zijn van harmonie, vrede en gelijkwaardigheid. Volgens de kennistraditie binnen het Tibetaans Boeddhisme een overgang van de derde dimensie (het ‘doen’; hierbinnen regeert het ego en overheerst de dualiteit), via de vierde (ontstaan van het collectief bewustzijn) naar de vijfde dimensie (het ‘zijn’).
Deze verandering in denken en overgang naar die vijfde dimensie is niet iets wat van de een op de andere dag gaat lukken. Er zal sprake moeten zijn van een overdracht. Een overdracht van een innerlijke vuur en licht wat van binnen (in) ons uitstraalt. Een innerlijk vuur wat aangewakkerd en gevoed wordt door bestudering en beleving van onze ritualen en welke op onze reis naar en binnen het Westen -daar waar wij ons moeten doen kennen als vrijmetselaren- overgebracht kan worden op anderen. Een taak die overigens geen makkelijke zal zijn en meermaals ons geduld op de proef zal stellen. Wij zullen moeten uitgaan om te zaaien, waarbij we ons moeten beseffen dat het uitgestrooide zaad op vele plaatsen zal vallen waar het verloren gaat. Maar waar er ook steeds iets zal vallen in de vruchtbare aarde en vrucht dragen. Aan dat laatste zullen we ons vast moeten houden en zowel leidraad als motivatie laten zijn de arbeid in de Koninklijke Kunst voort te zetten en in het westen….
Wat je zaait zal je oogsten; wat je uitstraalt krijg je terug.
Al is het maar met kleine beetjes, het begint bij jezelf en uiteindelijk zal het zich verder verspreiden.
Wie ore heeft die hore.